In 1391 bouwde de Gilde van de Vrije Vleeshouwers hier, naast het schepenhuis, hun Vleeshuis. Toen de markt te klein werd, maakte het in 1630 plaats voor het gebouw dat u vandaag kent. Het werd een laatrenaissancepand in baksteen en zandsteen, deels opgetrokken met de stenen van het oude. Door de eeuwen heen was het politiewacht, leenhof, wezenkamer, herberg en hotel. In 1863 kwam hier de eerste Cercle Catholique van het land. De naam Borse van Amsterdam herinnert aan de postkoetsen tussen Rijsel en Amsterdam, die hier halt hielden.

Kijk bij uw volgende bezoek even omhoog. De gevel telt elf kruisvensters en rust op een galerij van twaalf zuilen. Boven elke zuil hangt een wapenschild, onder meer dat van Keizer Karel, met in het midden het jaartal 1630. Daarboven staan vier barokke topgevels en de Barbaratoren, genoemd naar de rederijkers van de Heilige Barbara. Het gebouw overleefde legers en een brand, werd in 1908 heropgebouwd en in 1949 grondig gerestaureerd, en staat er vandaag weer bij, klaar voor de volgende generatie gasten.